De aanspraak op en de hoogte van toeslagen zijn gebaseerd op draagkracht, waarbij het inkomen en vermogen van een partner meetellen. Uitgangspunt is dat partners elkaar kunnen ondersteunen en daardoor minder inkomensondersteuning nodig hebben. Het huidige toeslagpartnerbegrip is gebaseerd op objectieve criteria, zoals inschrijving op hetzelfde adres in combinatie met de aanwezigheid van een minderjarig kind. Dit strookt niet altijd met de feitelijke situatie, waardoor mensen onbedoeld als toeslagpartner worden aangemerkt. Dit kan leiden tot het mislopen van toeslagen, geen recht op de alleenstaande ouderkop of het vervallen van kinderopvangtoeslag als de partner niet aan de arbeidseis voldoet. De vele uitzonderingen die in de loop der jaren zijn toegevoegd, maken het stelsel nog complexer.
Om het toeslagpartnerbegrip te vereenvoudigen en onbedoelde toeslagpartnerschappen op te lossen, worden de volgende maatregelen voorgesteld: